ROMÂNĂ

Cele trei torcatoare

NEDERLANDS

De drie spinsters


A fost odata o fata frumoasa si buna, dar care avea un defect: ura munca. Si nu era chip ca mama acesteia sa o determine sa toarca putin, in ciuda reprosurilor continue.

Intr-o zi, mama, exasperata de faptul ca nu isi putea convinge fiica sa munceasca, ii trase o palma, incat aceasta vazu stele verzi in plina zi.

Cum era de asteptat, fata izbucni in plans. In acel moment trecea pe acolo regina, in caleasca sa regala. Regina, care era renumita pentru bunatatea ei, auzind plansetul fetei, porunci vizitiului sa se opreasca si, coborand din caleasca, intra in casa sa vada ce se intampla.

Mama, incercand sa ascunda adevaratele cauze, raspunse:

- Fiica mea plange pentru ca eu sunt saraca si nu ii pot da inul necesar pentru a toarce.

- Este pacat ca aceasta tanara frumoasa nu isi poate satisface dorintele, replica regina. Mie imi place mult sa aud zgomotul furcii de tors, asa ca va rog sa ma lasati sa o iau la palat, unde va putea toarce cat vrea, pentru ca am atata in, cat sa toarca multi ani.

Atat mama, cat si fiica ramasera mute de uimire, iar regina, luand aceasta liniste drept o aprobare, ii porunci tinerei sa o urmeze. Aceasta nu cuteza sa o refuze si urca in caleasca; apoi se indreptara catre palat. Nici nu ajunsera bine, ca regina o conduse pe protejata sa in camere pline pana in tavan cu in, spunandu-i:

- Cand vei termina de tors tot acest in, am sa te casatoresc cu fiul meu cel mare. Nu conteaza ca esti saraca, pentru ca intotdeauna am considerat ca femeia muncitoare are deja cel mai bun har pe care si l-ar dori sotul ei. Biata fata nu mai avu ce sa zica. Stia doar ca nu ar fi terminat de tors niciodata si ca atunci regina, tradata, ar fi pedepsit-o. Pe de alta parte, era acolo asa de mult in, ca doar vazandu-l isi pierdea curajul si recunostea in sinea ei ca, daca ar fi trait si o suta de ani, tot nu ar fi putut termina de tors tot inul. Sarmana fata incepu sa planga disperata si timp de trei zile nu fu in stare sa-si inceapa munca. Dupa aceste trei zile, veni regina, vrand sa vada cat muncise. Vazand ca nu facuse absolut nimic, se mira:

- Nu-mi pot uita mama, se scuza tanara. Aceasta durere ma impiedica sa muncesc.

Aceasta scuza o multumi pe regina, care ii adresa fetei cuvinte de mangaiere, rugand-o totodata sa inceapa cat mai repede posibil sa toarca.

Ramasa singura, fata se indrepta spre fereastra, de unde observa trei femei cu un aspect neobisnuit. Una dintre ele avea buza inferioara atat de mare si lasata, incat ii acoperea barbia. Alta avea degetul mare de la mana dreapta foarte mare si turtit, incat parea o laba de lup. Si cea de-a treia avea un picior foarte turtit si lat incat ti se facea mila.

Cand femeile ajunsera in dreptul ferestrei, se oprira vazand ca tanara avea ochii plini de lacrimi. Una dintre ele o intreba de ce este atat de amarata. Tanara le povesti tot si, cand termina, una dintre cele deformate ii spuse:

- Noi suntem iscusite in ceea ce priveste torsul si vom face noi treaba in locul tau; dar mai intai trebuie sa ne promiti ca ne vei invita la nunta ta, ne vei prezenta ca verisoarele tale, nu iti va fi rusine cu noi si ne vei aseza la masa.

- Am sa o fac cu multa placere! exclama fata. Intrati si incepeti cat mai repede!

Le ajuta sa intre pe fereastra si, cand ajunsera inauntru, le arata gramada imensa de in. Cele trei femei incepura sa munceasca. Prima uda inul cu buza sa enorma; a doua il rasucea, proptindu-l pe masa cu degetul mare; si a treia il intindea si invartea roata cu enormul sau picior. Astfel cele trei torcatoare aveau un spor incredibil.

Cand regina intra sa verifice progresul muncii, torcatoarele se ascundeau in spatele gramezii de in, in timp ce lenesa arata treaba facuta, obtinand admiratia reginei.

Cand fu tors tot inul ce umplea prima camera, trecura la a doua, si apoi la a treia, incat terminara de tors inul in mai putin timp decat fusese calculat.

Cand regina vazu ca treaba era gata, se bucura foarte tare si, plina de entuziasm, fixa ziua nuntii fetei cu fiul sau.

Iar printul, nu numai ca nu avu nimic de obiectat in privinta casatoriei cu ea, ci, atras de frumusetea fetei, care pe deasupra mai era si harnica, vru sa grabeasca nunta.

- As dori sa te rog ceva, ii spuse fata.

Am trei verisoare pe care le iubesc mult si mi-ar face placere sa vina la nunta.

Si printul, si regina acceptara incantati de aceasta rugaminte si, cand veni ziua nuntii, aparura cele trei torcatoare foarte frumos imbracate, dar fara sa-si poata ascunde defectele, care atrasera atentia tuturor.

Mirele, neputandu-si stapani curiozitatea, se indrepta catre una dintre ele si o intreba:

- De ce ai un picior atat de mare si lat?

- S-a facut asa de cat am pedalat la roata de tors, raspunse torcatoarea.

Si, indreptandu-se catre a doua, intreba:

- Si tu, de ce ai buza atat de cazuta?

- De cat am inmuiat inul, replica ea.

- Si tu de ce ai degetul mare atat de turtit? o intreba pe a treia.

- Pentru ca rasucesc incontinuu inul.

Printul, speriat, jura ca pe viitor sotia sa nu va mai vedea furca de tors, deoarece nu dorea pentru nimic in lume sa i se deformeze draguta consoarta.
Er was eens een meisje. Ze was lui en wou niet spinnen. De moeder kon zeggen wat ze wilde, spinnen deed ze niet. Eindelijk werden toorn en ongeduld de moeder te machtig, ze schudde haar kind, gaf het slaag en ze begon te huilen. Daar kwam juist de koningin voorbij, en toen ze het kind zo hard hoorde huilen, kwam ze het huis binnen en vroeg aan de moeder, waarom ze haar dochter zo sloeg, dat men op straat het kon horen huilen.

Toen schaamde de vrouw zich de luiheid van haar kind aan de kaak te stellen, en ze zei: "Ik kan haar niet van 't spinnen afhouden, altijd en eeuwig wil ze maar spinnen, en ik ben arm en kan niet zoveel vlas krijgen." De koningin antwoordde: "Ik hoor niets liever dan spinnen en voel me nooit gelukkiger dan als de raadjes snorren, geef me uw dochter maar mee naar 't slot, vlas heb ik genoeg, dan kan ze spinnen zoveel ze maar wil." De moeder was van harte blij, en de koningin nam het meisje met zich mee. Toen ze in het paleis gekomen waren, bracht ze haar naar boven, naar drie kamers, die lagen van onder tot boven vol met 't prachtigste vlas. "Spin dit vlas maar voor me," zei ze, "en als je dat klaar hebt, mag je mijn oudste zoon als man hebben, al ben je arm, dat geeft niets, onverdroten vlijt is bruidsschat genoeg."

Het meisje schrok eigenlijk, want ze kon het vlas niet in drie dagen spinnen, en als het driehonderd jaar geweest was, had ze het nog niet gekund, al had ze van de morgen tot de avond erbij gezeten. Toen ze dus alleen was gelaten, begon ze weer te snikken en zat er drie dagen zonder een vinger uit te steken. De derde dag kwam de koningin, en toen ze zag dat er nog niets gesponnen was, verbaasde ze zich, maar het meisje verontschuldigde zich, dat ze nog niet had kunnen beginnen, ze was nooit van huis geweest en zo bedroefd. Dat kon de koningin wel begrijpen, maar bij het weggaan zei ze toch: "Morgen moet je met 't werk beginnen."

Toen het meisje weer alleen was, wist ze zich helemaal geen raad en ze ging in haar wanhoop naar 't venster. Daar zag ze drie vrouwtjes naderen. De ene had een brede platvoet, de tweede had een grote onderlip, die tot over haar kin hing, en de derde had een dikke duim. Ze bleven voor 't raam staan, keken naar boven en vroegen haar, wat haar scheelde.

Ze klaagde haar nood, toen boden ze haar hulp aan en zeiden: "Wil je ons op je bruiloft uitnodigen, je niet voor ons schamen en zeggen dat we familie van je zijn, ons ook aan je tafel laten - dan zullen we alle vlas opspinnen en wel heel gauw." - "Heel erg graag," antwoordde ze. "Kom meteen binnen en begin dadelijk." Toen liet ze de wonderlijke vrouwtjes binnen en maakte een plek vrij in de eerste kamer, waar ze konden zitten en ze waren meteen al aan 't spinnen. De een trok de draad en trapte het wiel, de tweede maakte de draad vochtig, de derde draaide hem rond en sloeg met haar vinger op tafel, en telkens als ze sloeg viel er een tol garen op de grond, allerfijnst gesponnen. Voor de koningin verborg ze de drie spinsters, ze toonde alleen, zo vaak zij bovenkwam, de grote massa gesponnen garen, zodat de koningin geen woorden genoeg had om haar te prijzen. Toen de eerste kamer leeg was, begonnen ze aan de tweede, eindelijk dan de derde en die was ook weldra opgeruimd en klaar. Nu namen de drie vrouwtjes afscheid en zeiden tegen 't meisje: "Vergeet niet wat je ons beloofd hebt, het zal nog je geluk zijn." Het meisje kon nu aan de koningin drie lege kamers tonen en een stapel gesponnen garens.

De bruiloft werd nu aangericht, en de bruidegom was blij, dat hij zo'n handige en vlijtige vrouw kreeg, en hij prees haar uitbundig."Ik heb nog drie oude nichten," zei het meisje, "daar heb ik erg veel aan te danken, daarom wilde ik ze niet graag vergeten in mijn geluk: mag ik ze op de bruiloft vragen en mogen ze dan bij mij aan tafel zitten?" De koningin en de bruidegom zeiden: "Waarom zouden we dat niet goedvinden?"

Toen het feest begon, kwamen de drie vrouwtjes binnen, wonderlijk uitgedost en de bruid zei: "Welkom, wees welkom lieve nichten." - "Och," zei de bruidegom, "hoe kom je aan zulke wezens in de familie?" En hij ging naar de eerste met haar brede platvoet en vroeg: "Hoe kom je aan zo'n platvoet?" - "Van 't trappen," zei ze, "van 't trappen." Nu ging de bruidegom naar de tweede toe en zei: "Hoe kom je aan zo'n hanglip?" - "Van 't likken," zei ze, "van 't likken." Toen vroeg hij de derde: "Hoe kom je aan zo'n dikke duim?" - "Van 't garendraaien," zei ze, "van 't garendraaien." Toen schrok de prins en zei: "Dan zal mijn mooie bruidje nooit of te nimmer meer een spinnewiel aanraken!" En zo was ze meteen van het ellendige spinnen af!




Compară două limbi:













Donations are welcomed & appreciated.


Thank you for your support.