NEDERLANDS

Het snuggere snijdertje

DANSK

Den kloge lille skrædder


Er was eens een prinses; en zij was zo verbazend trots, als er een vrijer kwam, gaf ze hem wat te raden, en als hij 't niet raden kon, dan werd hij met hoon en spot weggezonden. Ze liet ook bekend maken, wie haar raadsels kon oplossen, die moest maar met haar trouwen en ieder mocht komen die maar wou. Eindelijk waren er drie kleermakers bij elkaar, en de twee oudsten vonden, zoveel fijne steekjes als zij in hun leven gemaakt hadden en die altijd raak waren geweest, het kon niet anders of nu zou het ook raak zijn; de derde was een kleine onaanzienlijke spring-in-'t-veld, die z'n vak niet eens goed verstond, maar die dacht: je moet maar geluk hebben, want hoe zou hij anders iets krijgen. Nu zeiden de twee anderen tegen hem: "Blijf jij maar thuis, jij zult 't met jouw beetje verstand niet ver brengen." Maar het snijdertje liet zich niet uit 't veld slaan, en hij ging ernaar toe, alsof hij de hele wereld in z'n zak had.
Der var engang en prinsesse, som var så forfærdelig stolt. Når der kom en frier, gav hun ham en gåde at løse, og kunne han ikke, blev han med hån og spot jaget på porten. Hun lod bekendtgøre, at hun ville gifte sig med den, der kunne løse gåden, og hvem der havde lyst måtte prøve på det. Engang kom der tre skræddere. De to ældste tænkte, at nu havde de sat så mange sting lige på en prik, hvor de skulle være, så de måtte vel også kunne træffe det rigtige her. Den tredie var en lille springfyr, som ikke engang kunne sit håndværk, men han tænkte, at her måtte han da endelig engang have lykken med sig. "Bliv du kun hjemme," sagde de to andre til ham, "du kommer alligevel ingen vegne med din smule forstand." Men skrædderen hørte ikke på dem. Han havde nu engang sat sig i hovedet, at han ville derhen, og mente at han nok skulle klare sig. Så begav han sig på vej, så glad som om hele verden var hans.


Nu lieten ze zich alle drie bij de prinses aandienen, en ze zeiden dat zij hun haar raadsel maar eens moest opgeven; nú waren de ware broeders voor zoiets aangekomen, ze hadden zo'n fijn verstand, dat je het wel door het oog van een naald kon trekken. Nu zei de prinses: "Ik heb twee soorten haar op mijn hoofd, wat voor kleur heeft het?" - "Als het anders niet is," zei de eerste, "dat zal zwart en wit zijn, zoals die stof die je koffieboontje noemt." De prinses zei: "Misgeraden. Laat de tweede antwoorden." - "Als het niet zwart en wit is," zei de tweede, "dan is het bruin en rood, als het geruite pak van mijn vader." - "Misgeraden," zei de prinses, "laat de derde maar antwoorden, ik zie al aan hem dat hij 't weet." - "De prinses heeft één zilveren en één gouden haar op haar hoofd, en dat zijn de beide kleuren." Toen de prinses dat hoorde, werd ze bleek en ze zou van schrik haast gevallen zijn, want het snijdertje had de spijker op zijn kop geslagen, en ze had vast gedacht, geen mens ter wereld kon dat weten. Toen ze van haar schrik bekomen was, zei ze: "Daar heb je me nog niet mee gewonnen, je moet nog iets doen: beneden, in de stal, ligt een beer. Daar moet je vannacht bij blijven. Als ik dan morgen opsta en je bent nog in leven, dan kan je met me trouwen." Ze dacht: daarmee kwam ze van het snijdertje af, want de beer had nog nooit iemand levend onder z'n klauwen vandaan laten gaan. Het snijdertje echter liet zich niet afschrikken, hij was heel opgewekt en zei: "Flink gewaagd is half gewonnen."
De meldte sig alle tre hos prinsessen og bad, om hun ville give dem sin gåde. Nu var endelig de rette folk kommet. De havde en forstand så skarp som æggen på en saks. Prinsessen sagde så: "Jeg har to slags hår på hovedet, hvad kulør har de?" - "Er det ikke andet," sagde den første, "de er sorte og hvide som det klæde, man kalder kommen og salt." - "Det er galt," sagde prinsessen, "lad den næste prøve." - "Når det ikke er sort og hvidt, så er det brunt og rødt som min fars stadsfrakke," sagde han. "Det er galt," sagde prinsessen, "lad den tredie så svare, jeg kan se, han ved det." Den lille skrædder trådte nok så kæk frem og sagde: "Prinsessen har et sølv- og et guldhår på hovedet, det er de to farver." Da prinsessen hørte det, blev hun ligbleg og var lige ved at besvime, for den lille skrædder havde gættet det, som hun troede, intet menneske kunne gætte. Da hun igen kom til sig selv, sagde hun: "Du har ikke vundet mig endnu, du må gøre en ting til. Nede i stalden ligger der en bjørn, og hos den skal du blive i nat. Hvis du så endnu er levende i morgen, når jeg står op, vil jeg gifte mig med dig." På denne måde tænkte hun at blive skrædderen kvit. Endnu aldrig var noget menneske sluppet levende af bjørnens klør. Men skrædderen tabte ikke modet. "Dristig vovet, halvt er vundet," sagde han nok så fornøjet.


Toen de avond viel, werd ons snijdertje beneden naar de beer gebracht. De beer wou ook meteen op het ventje losgaan en hem met z'n poot een hard welkom geven. "Rustig, rustig," sprak het snijdertje, "ik zal je wel kalmeren." En toen haalde hij, volkomen op zijn gemak alsof er niets aan de hand was, een paar noten uit zijn zak, beet ze stuk en at de kern op. De beer zag dat en wou ook noten hebben. Het snijdertje tastte in zijn zak en toonde hem een handvol, maar het waren geen noten, maar kiezelstenen. De beer nam ze in z'n bek, maar hij kon er niets mee beginnen, al beet hij zo hard als hij kon. "Wel," dacht de beer, "wat ben ik nu voor een domoor, ik kan niet eens een noot stuk krijgen," en hij zei tegen het snijdertje: "Zeg, bijt jij die noten eens stuk." - "Nu zie je eens wat je er voor één bent," zei het snijdertje, "je hebt een grote bek en je kan niet eens een nootje stukbijten." Hij nam de stenen over, stak snel een noot in z'n mond en knak, die was in tweeën. "Ik moet 't toch nog eens proberen," zei de beer, "als ik 't zo bekijk, dan vind ik, dat ik 't ook moest kunnen." Het snijdertje gaf hem de kiezelstenen terug en de beer werkte erop en beet er met alle macht op. Maar jij gelooft ook niet, dat hij ze klein heeft gekregen! Toen dat afgelopen was, haalde de kleermaker een viool onder zijn mantel vandaan en speelde daar een stukje op. Toen de beer dat hoorde, kon hij niet laten te gaan dansen en toen hij een poosje rondgesprongen had, beviel hem dat ding zo goed, dat hij tegen het snijdertje zei: "Hoor eens, is 't moeilijk om te fiedelen?" - "Kinderspel. Kijk maar. M'n linkerhand legt de vingers op de snaren, met de rechter strijkje erover heen, en dan gaat 't vanzelf: hopsasa, tralala, vivalderala!" - "Zo vioolspelen," zei de beer, "dat zou ik ook wel willen kunnen, dan kon ik dansen zoveel ik wou. Wat denk je? Wil je 't me leren?" - "Graag," zei het snijdertje, "als je er maar de handigheid voor hebt. Maar laat me je poten eens zien, geef eens hier, die klauwen zijn veel te lang, die moet ik eerst wat afsnijden." Toen werd er een draaibank bijgehaald en de beer legde zijn poten er op; het snijdertje schroefde ze vast en sprak: "Wacht nu maar tot ik met de schaar kom," en hij liet de beer brommen zoveel hij wilde, hij ging in de hoek op een bos stro liggen en ging slapen.
Om aftenen blev han ført ind i stalden. Bjørnen ville straks gå løs på ham og give ham en ordentlig velkomsthilsen med sin pote. "Tag det med ro," sagde skrædderen, "jeg skal nok få dig til at være stille." Han tog nu ganske sindigt nogle nødder op af lommen, knækkede dem og spiste dem. Da bjørnen så det, fik han også lyst til nødder. Skrædderen stak hånden i lommen og rakte den en håndfuld, ikke nødder men gråsten. Bjørnen puttede dem i munden, men kunne ikke knække dem, hvordan den så bar sig ad. "Sikken en klods, jeg må være, at jeg ikke engang kan knække den smule nødder," tænkte den og sagde til skrædderen: "Knæk de nødder for mig." - "Der kan du se, hvad for en dårlig karl du er," sagde skrædderen, "du har sådan et stort gab og kan ikke engang knække sådan en smule nød." Han tog nu stenene, men puttede i en fart en nød i munden i stedet for og knækkede den en, to, tre. "Jeg vil prøve engang til," sagde bjørnen, "når jeg sådan ser på det, synes jeg, det er så let." Skrædderen gav den igen stenene og bjørnen bed til af alle livsens kræfter. Men det nyttede jo ikke. Skrædderen tog nu sin violin frem og gav sig til at spille. Da bjørnen hørte det, kunne den ikke modstå, men begyndte at danse. Den syntes så godt om det, at den efter en lille tids forløb sagde til skrædderen: "Hør, er det svært at lære at spille." - "Det er den rene barnemad," svarede skrædderen, "nu skal du se, jeg lægger venstre hånd derpå og stryger med højre hånd, faldera, det går lystigt." - "Jeg kunne nok lide at spille violin," sagde bjørnen, "så kunne jeg danse, så tit jeg ville. Har du ikke lyst til at lære mig det?" - "Det vil jeg såmænd gerne, hvis du har anlæg," sagde skrædderen, "men kom engang her med dine poter, det er nogle vældig lange klør du har. Jeg må klippe lidt af dem." Han tog nu en skruestikke, bjørnen lagde poterne der, og skrædderen skruede til. "Vent så der, til jeg kommer med saksen," sagde han, lagde sig hen i en krog, på noget strå, og faldt i søvn og lod bjørnen brumme, så meget den ville.


De prinses, die 's avonds de beer zo geweldig hoorde brommen, geloofde niet anders of hij gromde van plezier en hij had in een heerlijke maaltijd het snijdertje opgepeuzeld. 's Morgens stond ze heel vrolijk en onbezorgd op; ging in de stal kijken – daar stond snijdertje heel monter voor de deur en was zo gezond als een vis in het water. Daar kon ze nu geen woord meer tegen inbrengen, want ze had het in 't bijzijn van anderen beloofd, en de koning liet een rijtuig inspannen, en daarin moest ze met het snijdertje naar de kerk rijden, en daar zouden ze trouwen. Toen ze erin waren gestegen, gingen de twee andere kleermakers die een vals gemoed hadden en hem zijn geluk niet gunden, naar de stal en schroefden de beer los. De beer, woedend, rende achter het rijtuig aan. De prinses hoorde hem snuiven en brommen, en ze werd bang en riep: "O, de beer zit ons achterna en komt je halen!" Het snijdertje, nooit verlegen, ging op zijn hoofd staan, stak z'n benen uit het raampje en riep: "Zie je de draaibank? Als je niet gauw weggaat moet je er weer in." Toen de beer dat zag, draaide hij zich om en liep weg. Ons snijdertje reed toen in alle kalmte en heel deftig naar de kerk, de prinses werd met hem in het huwelijk verbonden, en hij leefde met haar zo tevreden als een leeuwerik. Wie 't niet gelooft, betaalt een daalder!
Da prinsessen om aftenen hørte bjørnen brumme så voldsomt, troede hun, den brummede af glæde, fordi den havde gjort kål på skrædderen. Om morgenen stod hun nok så fornøjet op, men da hun kom ned til stalden, stod skrædderen der, frisk og rask som en fisk. Hun kunne nu ikke gøre flere indvendinger, for hun havde jo offentligt lade bekendtgøre, at hun ville ægte den, der løste gåden. Hun og skrædderen steg ind i en vogn for at køre til kirke og blive viet. Da de havde sat sig derind, gik de to andre skræddere, som var misundelige på ham, ind i stalden og skruede bjørnen løs. Rasende rendte den efter vognen. Prinsessen hørte den snøfte og brumme og råbte rædselsslagen: "Nu kommer bjørnen og tager dig." Men skrædderen var hurtig i vendingen. Han stillede sig på hovedet, stak benene ud af vinduet og råbte: "Kan du se skruestikken? Hvis du ikke går, kommer du i den igen." Da bjørnen hørte det, vendte den om og løb tilbage. Men skrædderen kørte roligt til kirke med prinsessen, blev gift med hende og levede glad og lykkelig som en hedelærke. Og den, der ikke vil tro det, skal betale en daler.





Vergelijk twee talen:













Donations are welcomed & appreciated.


Thank you for your support.