日本語

召使たち

NEDERLANDS

De huishouding


「あんた、どこへ行くの?」
「ワルペへ」
「私はワルペへ、あんたはワルペへ、では、では、一緒に行きましょう。」
「亭主はいるのかい?なんて名前?」
「チャム」
「私の亭主はチャム、あんたの亭主はチャム、私はワルペへ、あんたはワルペへ、では、では、一緒に行きましょう。」
「子どもはいるのかい?なんて名前?」
「ワイルド(荒々しい)」
「私の子はワイルド、あんたの子はワイルド、私の亭主はチャム、あんたの亭主はチャム、私はワルペへ、あんたはワルペへ、では、では、一緒に行きましょう。」
「ゆりかごはあるのかい?ゆりかごをなんて呼んでる?」
「ヒッポダドル」
「私のゆりかごはヒッポダドル、私の子どもはワイルド、あんたの子はワイルド、私の亭主はチャム、あんたの亭主はチャム、私はワルペへ、あんたはワルペへ、では、では、一緒に行きましょう。」
「下男もいるのかい?あんたの下男の名前は?」
「"仕事漬け"」
「私の下男は"仕事漬け"、私の子どもはワイルド、あんたの子はワイルド、私の亭主はチャム、あんたの亭主はチャム、私はワルペへ、あんたはワルペへ、では、では、一緒に行きましょう。」
"Waar moest je heen?" - "Naar Walpe." - "Ik naar Walpe, jij naar Walpe, saampjes, saampjes gaan we dan."

"Heb je ook een man? Hoe heet die man?" - "Cham." - "Mijn man Cham, jouw man Cham; ik naar Walpe, jij naar Walpe, saampjes, saampjes gaan we dan."

"Heb je ook een kind? Hoe heet dat kind?" - "Bint." - "Mijn kind Bint, jouw kind Bint; mijn man Cham, jouw man Cham; ik naar Walpe, jij naar Walpe; saampjes, saampjes gaan we dan."

"Heb je ook een wieg? Hoe heet je wieg?" - "Hippeldieg." - "Mijn wieg Hippeldieg, jouw wieg Hippeldieg; mijn kind Bint, jouw kind Bint; mijn man Cham, jouw man Cham; ik naar Walpe, jij naar Walpe; saampjes, saampjes gaan we dan!"

"Heb je ook een knecht? Hoe heet je knecht?" - "Doehetrecht." - "Mijn knecht Doehetrecht, jouw knecht Doehetrecht, mijn wieg Hippeldieg, jouw wieg Hippeldieg; mijn kind Bint, jouw kind Bint; mijn man Cham, jouw man Cham; ik naar Walpe, jij naar Walpe; saampjes, saampjes gaan we dan!"




二つの言語を比較します:













Donations are welcomed & appreciated.


Thank you for your support.