Het gespuis

Het haantje zei tegen het hennetje: Nu is het herfst, nu zijn de noten rijp, nu moeten we samen de berg opgaan en ons buikje vol eten vóór de eekhoorn alles wegkaapt. - Ja, zei het hennetje, dat gaan we eens heerlijk doen! Zo gingen ze samen op weg, de berg op, en omdat het een mooie lichte dag was, bleven ze tot de avond. Nu weet ik niet, of ze zich zo volgestopt hadden, of zo overmoedig geworden waren, maar kort en goed, ze wilden niet te voet naar huis, en het haantje maakte een wagentje van notendoppen. Toen hij klaar was, ging 't hennetje erin zitten en zei tegen het haantje: Span jij je er nu maar voor. - Dat zou je denken, zei het haantje, dan maar liever te voet naar huis dan dat ik zou moet trekken; nee, zo zijn we niet getrouwd. Koetsier wil ik zijn en op de bok zitten, dat wel, maar me laten inspannen, dat doe ik niet.
8.8/10 - 279 stemmen






De mooiste sprookjes van Grimm












Donations are welcomed & appreciated.


Thank you for your support.