Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak

Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak

Vele jaren geleden was er eens een kleermaker, die drie zoons had en verder alleen een geit. Maar daar die geit hen allen tezamen met haar melk in leven hield, moest ze goed voer hebben en elke dag naar de wei worden gebracht. Dat deden de zoons dan ook om beurten. Eens bracht de oudste haar naar het kerkhof waar de mooiste planten stonden, hij liet haar daar weiden en rondspringen. Toen het 's avonds tijd was om weer naar huis te gaan, vroeg hij: Geitje, zat gegeten? En de geit antwoordde: Ik ben zo zat, Ik wil geen blad, mè, mè! Kom dan maar mee naar huis, zei de jongen, nam haar aan 't touw, leidde haar naar de stal en bond haar vast. Nou, zei de oude kleermaker, heeft de geit goed voer gehad? O, zei de zoon, ze is zo zat, ze wil geen blad. Maar de vader wilde zichzelf overtuigen; hij ging naar de stal, streelde 't lieve dier en vroeg: En Geitje? Zat gegeten? De geit antwoordde: Waar had ik me kunnen laven? Ik sprong maar over de graven en blaadjes waren er geen: mè, mè! Wat hoor ik daar? riep de kleermaker, en hij liep naar boven en zei tegen de jongen: Jij lelijke leugenaar, je zegt dat de geit volop gegeten heeft en je hebt haar laten verhongeren! en in zijn woede nam hij
8.5/10 - 101 stemmen