ENGLISH

The wolf and the fox

NEDERLANDS

De wolf en de vos


The wolf had the fox with him, and whatsoever the wolf wished, that the fox was compelled to do, for he was the weaker, and he would gladly have been rid of his master. It chanced that once as they were going through the forest, the wolf said, "Red-fox, get me something to eat, or else I will eat thee thyself." Then the fox answered, "I know a farm-yard where there are two young lambs; if thou art inclined, we will fetch one of them." That suited the wolf, and they went thither, and the fox stole the little lamb, took it to the wolf, and went away. The wolf devoured it, but was not satisfied with one; he wanted the other as well, and went to get it. As, however, he did it so awkwardly, the mother of the little lamb heard him, and began to cry out terribly, and to bleat so that the farmer came running there. They found the wolf, and beat him so mercilessly, that he went to the fox limping and howling. "Thou hast misled me finely," said he; "I wanted to fetch the other lamb, and the country folks surprised me, and have beaten me to a jelly." The fox replied, "Why art thou such a glutton?"
Next day they again went into the country, and the greedy wolf once more said, "Red-fox, get me something to eat, or I will eat thee thyself." Then answered the fox, "I know a farm-house where the wife is baking pancakes to-night; we will get some of them for ourselves." They went there, and the fox slipped round the house, and peeped and sniffed about until he discovered where the dish was, and then drew down six pancakes and carried them to the wolf. "There is something for thee to eat," said he to him, and then went his way. The wolf swallowed down the pancakes in an instant, and said, "They make one want more," and went thither and tore the whole dish down so that it broke in pieces. This made such a great noise that the woman came out, and when she saw the wolf she called the people, who hurried there, and beat him as long as their sticks would hold together, till with two lame legs, and howling loudly, he got back to the fox in the forest. "How abominably thou hast misled me!" cried he, "the peasants caught me, and tanned my skin for me." But the fox replied, "Why art thou such a glutton?"

On the third day, when they were out together, and the wolf could only limp along painfully, he again said, "Red-fox, get me something to eat, or I will eat thee thyself." The fox answered, "I know a man who has been killing, and the salted meat is lying in a barrel in the cellar; we will get that." Said the wolf, "I will go when thou dost, that thou mayest help me if I am not able to get away." - "I am willing," said the fox, and showed him the by-paths and ways by which at length they reached the cellar. There was meat in abundance, and the wolf attacked it instantly and thought, "There is plenty of time before I need leave off!" The fox liked it also, but looked about everywhere, and often ran to the hole by which they had come in, and tried if his body was still thin enough to slip through it. The wolf said, "Dear fox, tell me why thou art running here and there so much, and jumping in and out?"

"I must see that no one is coming," replied the crafty fellow. "Don't eat too much!" Then said the wolf, "I shall not leave until the barrel is empty." In the meantime the farmer, who had heard the noise of the fox's jumping, came into the cellar. When the fox saw him he was out of the hole at one bound. The wolf wanted to follow him, but he had made himself so fat with eating that he could no longer get through, but stuck fast. Then came the farmer with a cudgel and struck him dead, but the fox bounded into the forest, glad to be rid of the old glutton.
De wolf had de vos bij zich op bezoek. En wat de wolf wilde, moest de vos doen, want de vos was de zwakste, en de vos zou zijn heer graag kwijt zijn geweest. Nu gebeurde het eens, dat ze allebei door een bos liepen, en toen zei de wolf: "Rooie vos, geef me wat te eten, anders eet ik jou op." Toen antwoordde de vos: "Ik weet een boerderij, daar zijn een paar jonge lammetjes, als je er zin in hebt, dan zullen we er wel eentje halen." Dat vond de wolf goed.

Ze gingen erheen, en de vos stal het lammetje, bracht het de wolf, en maakte zich uit de voeten. De wolf verschalkte het, maar hij was nog niet voldaan, hij wilde er het andere bij hebben, en ging het halen. Maar omdat hij zo onhandig was, merkte de moeder van het lammetje het, en begon verschrikkelijk te schreeuwen en te blaten, zodat de boeren eraan kwamen lopen. Ze vonden de wolf, en sloegen hem zo erbarmelijk, dat hij hinkend en huilend bij de vos aankwam. "Daar heb je me mooi beetgehad," zei hij, "ik wou het andere lam halen, maar de boeren kregen me te pakken en hebben me murw geslagen." De vos antwoordde: "Je bent ook zo'n veelvraat."

De volgende dag gingen ze weer samen uit, en de gierige wolf zei nog eens: "Rooie, geef me wat te eten of ik eet jou ook op." De vos gaf ten antwoord: "Ik weet een boerderij, daar bakt de vrouw vanavond pannenkoeken. Daar zullen we er een paar van halen." Ze gingen, de vos sloop om het huis, keek en speurde zolang, tot hij erachter was, waar de schotel stond. Toen trok hij er zes pannenkoeken af en bracht ze naar de wolf. "Hier heb je wat," zei hij tegen hem, en hij ging zijns weegs.

De wolf had de pannenkoeken in een oogwenk opgeslokt en zei: "Die smaken naar meer," hij ging erheen en gooide de hele schotel op de grond, zodat hij in stukken sprong. Dat gaf een geweldig lawaai, zodat de vrouw naar buiten kwam. En toen ze de wolf zag, riep ze om hulp en allen snelden toe en gaven hem een pak slaag, zodat hij met twee kreupele poten luid huilend bij de vos in 't bos terugkwam. "Wat je me nu weer geleverd hebt!" riep hij, "de boeren hebben me te pakken gekregen en me de huid volgeranseld." Maar de vos antwoordde: "Je bent ook zo'n veelvraat!"

De derde dag gingen ze samen een beetje wandelen, en de wolf hinkte maar moeilijk voort - maar hij zei toch weer: "Rooie, zorg dat ik eten krijg, of ik eet jou óók op!" De vos antwoordde: "Ik weet een boer die net geslacht heeft, en 't gezouten vlees ligt in 't vat, in de kelder. Dat zullen we halen." De wolf zei: "Dan ga ik meteen maar mee, want je moet me helpen, als ik niet weg kan." - "Mij best," zei de vos en wees hem de sluipgangen en omwegen waarlangs ze ten langen leste toch bij de kelder aankwamen. Daar was nu een overvloed van vlees, en de wolf begon dadelijk te eten, en dacht: "Voordat ik uitschei, kan 't nog wat lijden."

De vos smulde ook, maar keek intussen aldoor op en om, en liep telkens naar het gat, waardoor ze de kelder waren ingekomen, en probeerde of hij nog dun genoeg was, om erdoor te kunnen. De wolf zei: "Beste vos zeg nu eens, waarom ren je zo heen en weer en aldoor naar buiten en terug?" - "Ik moet toch kijken, of er niemand aankomt," antwoordde de slimme vos, "eet jij maar niet te veel." De wolf zei: "Ik ga niet weg, voor 't hele vat leeg is."

Intussen kwam de boer, die de vos had horen springen, naar de kelder. Toen de vos hem zag, was hij in één sprong door het gat naar buiten: de wolf wilde ook, maar hij had zo'n dikke buik van 't eten, dat hij er niet meer door kon, maar middenin bleef steken. Daar kwam de boer met z'n knuppel, en sloeg hem dood. Maar de vos hupte 't bos in en was blij, dat hij de oude veelvraat kwijt was.




Compare two languages:













Donations are welcomed & appreciated.


Thank you for your support.