Nederlands NEDERLANDS     Deens DANSK     Spaans ESPAÑOL     Italiaans ITALIANO     Frans FRANÇAIS     Duits DEUTSCH     Engels ENGLISH  
Grimm sprookjes - Homepage De sprookjes van de gebroeders Grimm
Zoek een sprookje:

Grimmstories-Menu

Vergelijk

 


vorige sprookje startpagina volgende sprookje

 
Vertalingen: ENGLISH (Engels) DEUTSCH (Duits) FRANÇAIS (Frans) ITALIANO (Italiaans) ESPAÑOL (Spaans) DANSK (Deens) NEDERLANDS (Nederlands)

Luister audio: De Kikkerkoning of IJzeren Hendrik (8:26)De Kikkerkoning of IJzeren Hendrik

verteltijd:  
9'
De gebroeders Grimm - KHM 001

In oude tijden, toen wensen nog hielp, leefde er een koning wiens dochters allen mooi waren; maar de jongste was zo mooi dat de zon zelf, die toch zoveel gezien heeft, zich erover verbaasde iedere keer als hij haar gezicht bescheen. Vlak bij het slot van de koning lag een groot donker bos en in dat bos bevond zich onder een oude linde een bron. Als het nu overdag heel warm was liep het koningskind het bos in en ging aan de rand van de koele bron zitten - en als zij zich verveelde nam zij een gouden bal die zij omhoog wierp en weer opving; en dat was haar liefste spel.

Nu gebeurde het op een keer dat de gouden bal van de koningsdochter niet in haar handje viel, dat zij omhoog hield, maar er naast op de grond terechtkwam en regelrecht in het water rolde. De prinses volgde hem met haar ogen, maar de bal verdween en de bron was zó diep, zó diep dat je de bodem niet zag. Toen begon zij te huilen en huilde steeds harder en zij was ontroostbaar. En toen zij daar zo zat te jammeren riep iemand haar toe: “Wat is er toch, koningsdochter, je huilt zo dat je er een steen mee zou vermurwen.” Zij keek rond om te zien waar die stem vandaan kwam; daar zag zij een kikker die zijn lelijke dikke kop uit het water stak. “Ach, ben jij het, oude watertrapper,” zei zij, “ik huil om mijn gouden bal die in de bron is gevallen.” - “Wees maar stil en huil maar niet,” antwoordde de kikker, “ik weet er wel raad op, maar wat geef je mij als ik je speelgoed weer naar boven haal?” - “Wat je maar hebben wilt, beste kikker,” zei zij, “mijn kleren, mijn parels en edelstenen en ook nog de gouden kroon die ik draag.” De kikker antwoordde: “Je kleren, je parels en edelstenen en je gouden kroon wil ik niet hebben, maar als je mij wilt liefhebben en ik je vriendje en speelkameraad mag zijn, naast je aan je tafeltje mag zitten, van je gouden bordje eten, uit je bekertje drinken en in je bedje slapen: als je mij dat belooft, dan zal ik naar de diepte afdalen en je gouden bal weer naar boven brengen.” - “Ach, ja,” zei zij, “ik beloof je alles wat je wilt, als je mij mijn bal maar weer terugbrengt.” Zij dacht echter: “Wat praat die kikker dom, die zit in ‘t water bij de andere kikkers en kwaakt en de vriend van een mens kan hij toch niet zijn.”

Toen de kikker de belofte had gekregen, dook hij met zijn kop onder water, liet zich naar beneden zakken en na een tijdje kwam hij weer naar boven roeien, met de bal in zijn bek en wierp die in het gras. De koningsdochter was verheugd toen zij haar mooie speelgoed terugzag, raapte het op en snelde ermee weg. “Wacht, wacht,” riep de kikker, “neem mij mee, ik kan niet zo snel lopen als jij.” Maar wat hielp het hem of hij haar zo hard hij maar kon zijn Kwak-Kwak nariep. Zij luisterde er niet naar, holde naar huis en zij was de arme kikker die weer in zijn bron moest afdalen, al gauw vergeten.

Toen zij de volgende dag met de koning en de hele hofhouding aan tafel zat en van haar gouden bordje at, kwam daar klits-klats, klits-klats iets de marmeren trap opkruipen en toen het boven was aangeland klopte het op de deur en riep: “Doe open, prinsesje, doe open!” Zij liep naar de deur om te zien wie er buiten stond. Toen zij echter opendeed zat de kikker voor de deur. Zij wierp die haastig dicht, ging weer aan tafel zitten en was heel bang. De koning zag wel dat haar hart hevig klopte en sprak: “Mijn kind, wat is er, ben je misschien bang dat er een reus voor de deur staat, die je wil meenemen?” - “Ach, nee,” antwoordde zij, “het is geen reus maar een lelijke kikker.” - “Wat wil die kikker van je?” - “Ach, lieve vader, toen ik gisteren in het bos bij de bron zat te spelen, viel mijn gouden bal in het water, en omdat ik zo schreide heeft de kikker hem weer naar boven gehaald en omdat hij het beslist wilde, beloofde ik hem dat hij mijn vriendje kon worden, maar ik had nooit gedacht dat hij uit het water zou kunnen komen; nu staat hij daarbuiten en wil bij mij binnenkomen.” Intussen klopte de kikker voor de tweede maal en riep:
“Doe open, prinsesje,
Doe open!
Weet je niet wat je gisteren
Mij hebt beloofd
Bij de koele bron?
Doe open, prinsesje,
doe open!”
Toen zei de koning: “Wat je beloofd hebt, daaraan moet je je ook houden, ga hem maar opendoen!” Zij stond op om de deur te openen en daar sprong de kikker naar binnen en volgde haar op de voet tot aan haar stoel. Daar zat hij en riep: “Til mij op.” Zij aarzelde tot de koning het tenslotte beval. Toen de kikker eenmaal op de stoel zat wilde hij op de tafel en toen hij daar zat sprak hij: “Schuif nu je gouden bordje dichter naar mij toe, zodat wij samen kunnen eten.” Dat deed zij wel, maar het was duidelijk te zien dat zij het niet leuk vond. De kikker liet het zich goed smaken, maar de prinses bleef bijna iedere hap in de keel steken. Tenslotte sprak de kikker: “Ik heb mijn buikje rond gegeten en ik ben moe; draag mij nu naar je kamertje en maak je zijden bedje op, dan gaan wij slapen.” De koningsdochter begon te huilen en was bang voor de koude kikker die zij niet durfde aanraken en die nu in haar mooie schone bedje moest slapen. Maar de koning werd toornig en sprak: “Iemand die je geholpen heeft in de nood, mag je daarna niet verachten.” Toen pakte zij hem met twee vingers op, droeg hem naar boven en smakte hem zo hard zij kon tegen de muur. “Nu kan je rusten, jij lelijke kikker.”

Maar toen hij naar beneden viel was hij geen kikker meer, maar een koningszoon met mooie vriendelijke ogen. En nu was hij zoals haar vader wilde, haar lieve metgezel en echtgenoot. Toen vertelde hij haar dat hij door een boze heks was betoverd en dat niemand hem uit de bron had kunnen verlossen dan zij alleen en morgen zouden zij samen naar zijn rijk gaan. Daarop vielen zij in slaap en de volgende ochtend toen de zon hen wekte kwam er een wagen aanrijden, bespannen met acht witte paarden die witte struisveren op het hoofd hadden en in gouden kettingen liepen en achterop stond de dienaar van de jonge koning, dat was de trouwe Hendrik. De trouwe Hendrik was zo bedroefd geweest toen zijn heer in een kikker werd veranderd, dat hij drie ijzeren banden om zijn hart had laten slaan opdat het niet van smart en droefenis zou breken. De wagen moest de jonge koning afhalen om hem naar zijn rijk te brengen. De trouwe Hendrik hielp hen beiden instappen, ging weer achterop staan en was zeer verheugd over de verlossing.

En toen zij een eind gereden hadden, hoorde de koningszoon een gekraak achter zich alsof er iets brak. Toen draaide hij zich om en riep:
“Hendrik, de wagen breekt!”
“Nee, Heer, het is de wagen niet,
Maar een ring van mijn hart,
Die mij steunde in mijn smart,
Toen u in de bron ging wonen
En u als kikker moest vertonen.”
Nóg een keer en nóg een keer brak er ijzer op de weg en de prins dacht steeds dat de koets brak, maar het waren de ijzeren ringen die van het hart van de trouwe Hendrik afvielen, omdat zijn heer nu bevrijd en gelukkig was.

EINDE



Toelichting:
In de eerste druk was dit sprookje veel korter. De Grimms hebben er veel aan gewerkt (vgl. de onderstaande versie uit het Ölenbergse handschrift). Er waren veel verschillende verhalen in omloop. In één van die versies is de koning ziek en vraagt om water uit de bron. De oudste dochter gaat erheen, maar het water dat zij put is niet helder. De kikker komt en vraagt om haar vriendschap: dan zal zij helder water putten. Maar zij weigert. De tweede dochter gaat en weigert ook. De derde dochter belooft hem vriendschap en krijgt helder water.

Het motief dat de ware prins of prinses geen goud of edelstenen wil maar vriendschap, een leeuwerikje of een twijgje, komt voor in Assepoester, Het zingende springende leeuwerikje en IJzeren Hans. De gouden bal is het beeld voor de zon, of de zonnewijsheid. De kikker is het dier dat leeft in het water en op het land, de waterman, iemand die in twee werelden thuis is.

De smeekbede van de kikker ("Doe open, prinsesje, doe open...") vinden we al eerder in het tijdschrift 'Bragur' (1794) van Friedrich Gräter en ook in de kinderliederen, die door Achim von Arnim en Clemens Brentano als aanhangsel bij de 'Wunderhorn' werden uitgegeven. Hendrik, de koetsier, de bestuurder van de (levens)wagen heeft een volksnaam. De namen bij Grimm zijn meestal niet toevallig. Dit zou er op kunnen wijzen dat Hendrik hier ieder mens vertegenwoordigt. Het slotmotief van de trouwe dienaar staat in één van de uit de volksmond opgetekende varianten, maar hoort er kennelijk eigenlijk niet bij. De Grimms beschouwen dit sprookje als zeer belangrijk (het staat niet voor niets vanaf de eerste druk van hun Kinder- und Hausmärchen op de eerste plaats). Ook speelt bij die prominente plaats de overtuiging dat het een van de oudste sprookjes in Duitsland zou zijn een rol. De overtuiging kregen de gebroeders Grimm vanwege het feit dat Georg Rollenhagen in de voorrede van zijn 'Froschmeuseler' (uitgegeven in 1595) het verhaal van IJzeren Hein rekent tot de oude Duitse huissprookjes die van generatie op generatie mondeling overgeleverd worden. Van Georg Rollenhagen stamt ook de term 'Kikkerkoning'. Het sprookje is van oorsprong Germaans en heeft zich vandaar vooral oostwaarts verspreid.

Trefwoorden en motieven:
Gouden bal, kikker, koetsier, prins, prinses, bron, ijzeren ring, trouwen, vriendschap, trouwe dienaar, kus, mens in diergedaante (kikker), dier als bruidegom, betovering van mens in dier (kikker), onttovering

Classificatie (Aarne-Thompson):
AT 0440 - The Frog King or Iron Henry

Verwante verhalen:
De twaalf broers
Broertje en zusje
De drie mannetjes in het bos
Assepoester
De drie veren
De gauwdief en zijn meeste
Het zingende, springende leeuwerikje
De raaf
Het water des levens
De koningszoon die nergens bang voor was
De groente-ezel
De oude vrouw in het bos
De ijzeren kachel
IJzeren Hans
Het lammetje en het visje
Het ezeltje
Sneeuwwitje en Rozerood
Het boshuis
De kristallen bol

Vergelijk twee talen:
Vergelijk dit verhaal in twee talen naast elkaar.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
Vertalingen:
Engels: The frog king or Iron Henry
Spaans: El Rey Rana o Enrique el férreo
Deens: Frøkongen eller Jernhenrik
Frans: Le roi Grenouille ou Henri de Fer
Duits: Der Froschkönig oder der eiserne Heinrich
Italiaans: Il principe ranocchio o Enrico di Ferro
Nederlands: De Kikkerkoning of IJzeren Hendrik


Translate this page with Google:
Arabic
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Japanese
Korean
Portugese
Russian

De Kikkerkoning of IJzeren Hendrik
Afbeelding:



Andersen sprookjes en verhalen



 

info@grimmstories.com top